Je zult maar op één staan, of... je zult maar laatste zijn!

Als ik dit schrijf is net de finale van: op weg naar Joseph begonnen. Als u dit leest is bekend wie de Joseph is geworden. De weg daar naar toe is een lange geweest, althans lang, voor televisie begrippen dan. Uit 750 kandidaten is er uiteindelijk één de winnaar geworden, misschien heeft u wel op hem gestemd, misschien vond u één van de andere kandidaten nog beter, maar kreeg hij gewoon minder voorkeur stemmen, want daar gaat het uiteindelijk om. Net als bij Barack Obama en Hillary Clinton of John Mc Cain. Voorkeur en dan nu naar uw realiteit.

Je zult maar op één staan in de ziekenhuis top 100, taart, champagne, bloemen en eeuwige roem, maar die is in de zorg altijd van korte duur, of je moet Florence Nightingale heten of de penicilline uitgevonden hebben. En hoe kom je nou op één, ben je daar bewust mee bezig als zorginstelling, wordt er bij de Nieuwjaarsspeech een peptalk gehouden van: en wij gaan voor één, of overkomt het je. Heb je er voor gestreden of is het toeval, waar stond je vorig jaar en waarom sta je nu op een andere plaats. Ben je diep gekelderd, of ben je juist een running mate. Is het aantal sterfgevallen afgenomen in uw instelling, is de fusie dan eindelijk achter de rug, is de nieuwbouw net in gebruik genomen. Is het personeelsverloop eindelijk eens gedaald, evenals het ziekteverzuim. Of, is het toeval. En als u dan eerste bent, of laten we zeggen in de top tien staat, hoe blijft u daar dan. Wat gaat u doen, de concurrentie is groot, ze willen allemaal in die top tien staan. Al was het maar voor hun eigen ego.

Is die nummer laatst dan echt zo veel minder dan uw instelling, of ligt het net als met de Olympische spelen van afgelopen zomer heel dicht bij elkaar. Zijn al die instellingen net zo intensief bezig met de voorbereiding op het moment suprême, of zijn zij vooral bezig met de waan van alledag.

Je zult maar laatste zijn, of bij de laatsten horen, je zult maar bij Pauw en Witteman uitgenodigd worden en dan eigenlijk niet echt aan het woord kunnen of mogen komen. Vervolgens schrijf je wel voor het eerst sinds jaren geen rode cijfers meer, je maakt zelfs winst. Moet je je dan zorgen maken om die lage klassering, ga je werken aan verbetering. Nou, dat laatste kan ik u zeggen doet iedere instelling continue. Je zult maar werken in een instelling waar de OK’s gesloten worden, of allemaal of een enkele, maakt niet uit. Je zult maar fruitvliegjes hebben en dan bedoel ik niet in uw fruitschaal thuis. Je zult maar zorgbestuurder zijn en binnen korte tijd weer op zoek mogen naar een andere baan. Je zult maar net de nieuwbouw hebben afgerond en je zit in de rode cijfers, en dat komt echt niet door dat iets te duur uitgevallen openingsfeestje.

Je zult maar medicus zijn en onherstelbare fouten maken, die door je vrinden onder het tafellaken worden geschoven, onder het mom, we maken allemaal wel eens een foutje. Je zult maar kritiek hebben op het feit dat de salarissen van de zorgbestuurders wel op de agenda staan, maar die van de specialisten niet, terwijl die echt niet tobben met hun topinkomen. Je zult maar in een organisatie zitten, waar de interimmers invliegen als waren het meeuwen, alles onderschijten en vervolgens weer uitvliegen, terwijl het vaste personeel de rotzooi op mag ruimen. Je zult maar net een reorganisatie op advies van externe achter de rug hebben en de nieuwe vaste crew zet de neuzen weer dezelfde kant op, maar dan wel een andere dan je net had afgesproken met elkaar.

Kortom, je zult maar mogen werken in de zorg, een voorrecht naar mijn idee, een wereld die continue aan verandering onderhevig is, die sneller groeit dan het kabinet zou willen. Die innoveert tegen de recessie in. Die geen last heeft van een kredietcrisis, die volop uitdagingen biedt, die zorgt dat je mag werken voor de zieke of behoeftige medemens. Je zult maar mogen werken in een wereld die omdat hij nu eenmaal zo belangrijk is in ons leven, continue in de kijker staat. Via de journaals meestal negatief, maar via de diverse televisiekanalen met aandacht voor het stadsziekenhuis, of de eerste hulp of de afdeling neonatologie, vrijwel altijd positief. En die positieve geluiden, die komen altijd van patiënten, van de mensen waarvoor u het uiteindelijk doet. Bijdragen aan een betere zorg, voor mij staat u allemaal op één.

Kars Sterenborg
Directeur
Smeets’adviesgroep

november 2008

reageren? kars.sterenborg@smeetsadviesgroep.eu